Adviezen
Waardestellingen
Ontwerpen
Kloostertuinen
Redactiewerk
Zochers
Publicaties
Contact

Historische planten

Historische planten (bomen, heesters, vaste planten en zaadplanten) zijn planten die nog wel bestaan, maar niet vaak meer worden toegepast. Tegenwoordig beplanten wij onze tuinen met planten die in tuincentra of gespecialiseerde kwekerijen te koop zijn of we bestellen ze eenvoudig via een catalogus. Maar vele van deze planten kende men vroeger nog niet omdat ze of pas relatief laat in Nederland werden geïntroduceerd of omdat ze pas later als nieuw kweekproduct de markt verrijkten.

Zo is de zonnebloem pas bij ons bekend na de ontdekking van Amerika, evenals het afrikaantje, dat uit Mexico komt. Gestreepte tulpen kwamen rond 1600 in de mode en werden van 1635-1637 een fel begeerd speculatieobject. Anjers (ook weer gestreept) en rozen werden rond 1800 de lievelingsbloemen van menige buitenplaatseigenaar. In de 19de- eeuw, nadat China en Japan hun poorten hadden geopend, kwamen planten uit het verre Oosten in de belangstelling te staan. De Deutzia scabra 'Plena' of Bruidsbloem bijvoorbeeld werd omstreeks 1830 naar Nederland gehaald en verder gekweekt door Ph. von Siebold op zijn kwekerij te Leiden. In die tijd kwamen ook veel houtige gewassen uit de Verenigde Staten naar Nederland, zoals bijvoorbeeld Ribes sanguineum. (1)
Nieuw geïntroduceerde planten en nieuwe kweekproducten raken door hun exclusiviteit snel in de mode, en andere planten verdwijnen dan weer grotendeels uit het modebeeld. Gelukkig zijn de laatste in de (universitaire) botanische tuinen nooit uit de gratie geraakt. Hier werden altijd zoveel mogelijk planten uit de hele wereld voor wetenschappelijke doeleinden verzameld en gekweekt.

Ribes sanguineum, bloemheester afkomstig uit NW.VS; ca.1830 in Nederland geïntroduceerd.

Waarom is er nu belangstelling voor historische planten?

Sinds de restauratie van de tuinen van Het Loo zijn historische tuinen en historische planten in Nederland in de belangstelling komen te staan. Eigenaars van oude huizen willen bij restauratie van hun huis vaak ook de tuin in de oorspronkelijke staat terugbrengen. Bovendien worden niet alleen de historische huizen zoals kastelen en huizen op buitenplaatsen, maar ook de omringende parken en landgoederen steeds vaker bezocht en door de monumentenwet beschermd. Eigenaars van deze laatstgenoemde huizen kunnen onderhoudsubsidies aanvragen wanneer hun huis een monument is en wanneer er sprake is van een nog oorspronkelijke historische aanleg rondom het huis. De karakteristieke kenmerken van een historische aanleg worden onder meer bepaald door de historische ligging van het huis, de stijl van de tuin èn door de beplanting.
Die beplanting moet passen in de tijd van aanleg. Zo beplant men een middeleeuwse tuin met kruiden en groenten, een tuin uit de tijd van prins Maurits met weinig bloemen binnen een geometrisch patroon van hagen, een barokke tuin als die van Het Loo met veel exotische planten en tropische planten in potten en een landschappelijke tuin uit de tweede helft van de 19de-eeuw met veel bloemheesters uit China en Japan.

Specularia speculum = Legousia speculum-veneri of spiegelklokje. Eenjarig. Europa.

De laatste jaren worden er enerzijds historische openbare parken en historische stads- en dorpsgezichten en anderzijds veel losse woonhuizen uit de bouwperiode 1850-1940 (Jongere Bouwkunst) als monument aangewezen, de laatste vaak ook met de daarbij behorende tuinen. Die parken en tuinen vragen om een karakteristieke eigentijdse historische beplanting. De belangstelling voor historische beplanting is om deze reden bij tuineigenaars, tuin- en landschapsarchitecten en hoveniersbedrijven groeiende.

Hoe komen we bij restauraties van tuinen en parken aan het juiste historische plantensortiment?

Dat is dus de grote vraag. Vanaf ongeveer 1975 tot heden heeft men steeds incidenteel per park of tuin ten behoeve van een bepaalde restauratie het sortiment, soms bekend uit archieven, opnieuw onderzocht en vastgesteld.
Men heeft voor de restauratie van een kloosterkruidentuin in het Open Luchtmuseum in Arnhem de planten uit het gedicht "Hortulus" van Walahfridus Strabo uit 827 A.D. 'vertaald' in tegenwoordige plantennamen. Dit is vaak niet eenvoudig, omdat de Latijnse namen uit die tijd verschillen van de tegenwoordige Latijnse namen. Ook heeft men de plantenlijst van de hovenier van stadhouder Willen III, Jan van der Groen, uit 1669 in huidige plantennamen omgezet, zodat deze lijst met planten o.a de basis kon vormen voor de laat-17deeeuwse beplanting van de tuinen van paleis Het Loo. De laatste jaren deed men enige ervaring op met tuinen in landschapsstijl. Voor de 18de eewse kruidentuin van de buitenplaats Beeckestijn in Velsen stelde men een 18de eeuws sortiment samen op basis van de Catalogus plantarum horti medici Harlemensis uit 1784 en ten behoeve van de restauratie van het hier gelegen eerste Nederlandse landschapspark, ging men uitvoerig op zoek naar het plantenaanbod in kwekerscatalogi uit het eind van de 18de eeuw. Dat leverde vele soorten "bloemhout" of "Engels Hout" (fraai bloeiende heesters en bomen) op, die men in de vroege Engelse landschapsstijl en later in de gemengde stijl in de tweede helft van de 19de eeuw zeer gaarne toepaste (2). Kalmia latifolia, de lepeltjesboom en Clethra alnifolia, bekend als Schijnels, met zijn kleine klokvormige bloemen, en verscheidene Cornussoorten werden o.a. in de 18de eeuw uit de VS in Europa geïntroduceerd.

Clethra alnifolia of schijneld. bloemheester uit de O.VS; ca.1835 in Nederland geïntroduceerd. Tritomanthe uvaria = Kniphovia uvaria of vuurpijl. Vaste plant.

Database historische planten

Hierboven werden incidentele gevallen van restauraties met bijbehorend plantenonderzoek genoemd. Het wordt echter hoog tijd dat er structureel onderzoek naar gedaan wordt. Ons bureau heeft hiertoe een database historische planten opgezet. De bronnen die voor dit onderzoek gebruikt zullen worden zijn voornamelijk historische kwekerscatalogi en catalogi van botanische tuinen en particuliere tuinen uit die tijd. In 1983 werd ten behoeve van dit onderzoek al een overzicht van historische plantencatalogi (tot 1840) samengesteld, getiteld Paradisus Batavus. (3) Hierin zijn de titels en beschrijvingen van alle catalogi van botanische tuinen opgenomen en van de meeste ons bekende kwekerscollecties uit die periode. De planten, vermeld in die catalogi zullen in de database worden ingevoerd en van zoveel mogelijk gegevens worden voorzien, zoals Nederlandse naam, Latijnse naam, jaar van introductie, plantentype (bol, knol, eenjarige, tweejarige etc), hoogte, bloeiperiode, kleur en andere bijzonderheden. Het is uiteindelijk de bedoeling dat men op de meeste van deze gegevens zowel afzonderlijk als ook in combinatie computergestuurd zal kunnen zoeken, zodat de verzamelde gegevens kunnen worden geïnterpreteerd en gebruikt voor de restauratiepraktijk. Wenst men bijvoorbeeld een parterre de broderie te beplanten uit het einde van de 17de eeuw, met planten die niet hoger worden dan 50 cm, dan zullen die gevraagde gegevens na een juiste zoekactie snel leverbaar moeten zijn. Deze database historische planten bevindt zich voorlopig nog in de opbouwfase, maar op den duur streven wij naar een toegankelijk bestand op Internet. Oldenburgers Historische Tuinen (OHT) richt zich voornamelijk op het plantensortiment uit de 16de, 17de en 18de eeuw.
Hiernaast stelt de Nederlandse Tuinenstichting (NTs) zich voor een onderzoek op te starten naar het sortiment van vaste planten gebruikt door de tuinarchitecten L.A. Springer(1855-1940), D.F. Tersteeg (1876-1942) en H. Copijn (1842-1923). Dit als een eerste fase, later zullen sortimenten van andere 19de- en 20ste- eeuwse tuinarchitecten volgen.

Gunnera chilensis = Gunnera tinctoria. Vaste plant uit Z-Amerika; kan 2-3 m. hoog worden. Lychnis sanguinea grandiflora = Lychnis chalcedonica of brandende liefde. Vaste plant.

Voetnoten:

  1. Illustraties uit: Flora / H. Witte. Groningen, 1868. Collectie Leo den Dulk. Met vriendelijke dank.
  2. Over de toepassing van bloemen in 18de-eeuwse Engelse parken en buitenplaatsen schreef Mark Laird: The Flowering of the Landscape Garden: English Pleasure Grounds 1720-1800. Philadelphia, 1999.
  3. De volledige titel van dit boekwerk is Paradisus Batavus: bibliografie van plantencatalogi van onderwijstuinen, particuliere tuinen en kwekerscollecties in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden (1550-1839) / J. Kuylen, C. S. Oldenburger-Ebbers en D.O. Wijnands. Wageningen, 1983.